Aanwezig zijn bij je eigen leven
Het grootste deel van de dag verloopt in de automatische stand.
We lopen de bekende route, eten terwijl we door een scherm bladeren, praten terwijl we ons antwoord al voorbereiden, en merken onze eigen toestand pas op nadat de irritatie al een geadresseerde heeft gekozen.
Aandachtigheid is geen speciale gezichtsuitdrukking en geen plicht om bij elke wolk in vervoering te raken. Het is een korte terugkeer van de aandacht naar wat er gebeurt.
Soms volstaat het te stoppen en op te merken: wat er te zien en te horen is, wat er in het lichaam gebeurt, welke emotie aanwezig is, waaraan er nu gedacht wordt, wat er precies gedaan wordt en of dat bij de actuele taak past.
De vraag „wat is nu belangrijk?” is niet nuttig omdat ze altijd een groots antwoord oplevert. Soms is het belangrijk een berekening af te maken. Soms te eten. Soms naar iemand te luisteren. Soms op te houden met werk te veinzen en te gaan slapen.
Zo’n vraag brengt de keuze terug op een moment waarop het gedrag al bijna automatisch is geworden.
Aanwezig zijn in het heden betekent niet dat je plannen, herinneringen en analyse opgeeft. Een mens leeft tegelijk in meerdere tijden, en dat is een van zijn sterke kanten. Het probleem ontstaat wanneer het heden alleen wordt gebruikt als gang tussen spijt over het verleden en een repetitie van de toekomst. Soms gebeurt de dag al. Het is wenselijk daar soms bij aanwezig te zijn.
Een alledaagse toets: probeer je te herinneren hoe de lunch smaakte. Wie at terwijl hij berichten schreef, heeft geen smaak — het eten is op, het genot is uitgebleven, en twee uur later komt er een vaag verlangen naar nog iets, omdat het systeem dat over verzadiging gaat er ook niet bij was. Hetzelfde geldt voor de weg naar huis die je je niet kunt herinneren, en voor het weekend waarvan alleen foto’s over zijn.
De zin van het terugbrengen van de aandacht ligt niet in spiritualiteit, maar in boekhouding. Tijd die op de automatische piloot is doorgebracht, wordt volledig uitgegeven en maar gedeeltelijk bijgeschreven. Uit dat verschil ontstaat in december het gevoel dat het jaar ongemerkt voorbij is gegaan. En het is inderdaad ongemerkt voorbijgegaan — er was bijna niemand bij.