Buren als infrastructuur
Je buren leren kennen is nuttig voordat er een lekkage tussen jullie ontstaat.
Je hoeft geen goede vrienden te worden. Namen kennen, weten hoe je elkaar bereikt en een paar gedeelde afspraken zijn genoeg.
Buren kunnen:
- rook of een openstaande deur opmerken;
- een pakket aannemen;
- waarschuwen voor verbouwing;
- helpen bij een storing;
- melden dat er iets ongewoons met de woning gebeurt;
- de hulpdiensten bellen.
Normale verhoudingen verminderen ook het aantal conflicten dat op gissingen berust. Lawaai achter de muur bespreek je makkelijker met iemand die je kent dan met een anonieme bron van kwaad uit de flat boven je.
Maar vriendschap heft geen grenzen op. Een buur krijgt niet automatisch het recht om te weten waar je bent, je woning binnen te lopen of jouw leven met het hele portiek te bespreken.
Goed nabuurschap is een klein netwerk van wederzijdse aandacht, geen verplichte adoptie van het hele gebouw.
De waarde van zo’n kennismaking blijkt op het moment dat het te laat is om er nog een te beginnen. Iemand op vakantie krijgt een bericht: „er lijkt bij u iets te druppelen” — en daarna hangt alles ervan af of iemand in het portiek zijn nummer heeft en hij dat van iemand anders. Zo niet, dan is de volgende stap de deur laten openbreken in het bijzijn van vreemden en op eigen kosten, plus een nat plafond bij de benedenburen dat tegen de terugkeer al is opgedroogd tot een vlek. Telefoonnummers uitwisselen op de trap kost een halve minuut en voelt opdringerig tot precies de eerste keer dat het van pas komt.
Daarna werkt gewone wederkerigheid: een pakket aannemen, de deur openhouden voor verhuizers, waarschuwen voor een lawaaiige dag. Het netwerk drijft op kleine diensten die niemand bijhoudt, en valt uiteen bij de eerste poging ze bij te houden.