Levenslessen

De innerlijke volwassene

In een lastige situatie helpt de vraag:

Hoe zou een volwassen mens hier handelen?

Niet een volmaakte. Niet een onbevreesde. Niet iemand die het juiste antwoord altijd weet. Gewoon iemand die rekening kan houden met gevolgen, met de belangen van anderen en met zijn eigen grenzen.

Soms is de volwassen handeling: een fout toegeven. Soms: weigeren. Soms: om hulp vragen, terwijl de innerlijke puber zijn toespraak over onafhankelijkheid al klaar heeft.

Die vraag is vooral nuttig bij groepsdruk. Leeftijdgenoten zien juist datgene als bewijs van volwassenheid wat de minste volwassenheid vergt: je bedrinken, een ander vernederen, je gezondheid riskeren of een regel overtreden voor de reactie van de omstanders.

Nuttig is ook de omgekeerde vraag aan iemand die macht heeft:

Zou u in mijn plaats zo handelen?

Bent u bereid de gevolgen van dit besluit op u te nemen?

Zou u dit uw eigen kind aanraden?

Ze garandeert geen eerlijk antwoord. Maar ze dwingt het bevel te scheiden van de morele verantwoordelijkheid.

De innerlijke volwassene hoeft niet veertig jaar ouder te zijn dan wij en niet met de stem van een schooldirecteur te spreken. Soms is het gewoon de versie van onszelf die morgen de gevolgen van vanavond mag opruimen.

De vraag heeft een alledaagse versie die zonder enige filosofie werkt: wie gaat dit morgen om negen uur ‘s ochtends precies afhandelen. Geen ideale volwassene, maar een concreet mens — dezelfde, met dezelfde telefoon, hetzelfde werk en dezelfde huurbetaling. Het gezelschap dat nu aandringt, komt morgen om negen uur niet bij elkaar. Dat is geen moraal, maar de vraag aan wie de rekening wordt doorgegeven.

Dezelfde constructie werkt naar boven. Een verzoek van een leidinggevende, mondeling op de gang uitgesproken, en hetzelfde verzoek in een brief met zijn handtekening zijn verschillende verzoeken. Ze verschillen niet in formulering, maar in wie de houder van de gevolgen blijft.