Sprookjes

Angst en walging in de bezemkast

Op een gegeven moment besefte ik dat ik te veel stofzuigers had.

Het aantal doet er niet toe; tellen is burgerlijk. Het probleem is dat elk ervan een eigen functie heeft, een eigen plek in de voedselketen en, wat nog het meest steekt, een volkomen overtuigende reden van bestaan.

Het begon allemaal met de Kärcher WD5.

Een groot geel industrieel beest. Een machine waaraan je betonstof, water uit de kelder, zaagsel, pleister en waarschijnlijk de nasleep van een kleine staatsgreep kunt toevertrouwen. Hij zuigt alles op. Dat is zijn kracht en zijn vloek.

Als je ermee klaar bent, begint de tweede schoonmaak: die van de Kärcher zelf.

Je opent de tank.

Daarbinnen is het de hel.

Stof zit vastgekoekt in de plooien van de filter, haren zijn gewikkeld rond iets dat nooit met haar in aanraking had mogen komen, en de ingewanden zijn bedekt met een dun grijs laagje fijn vuil. Om de filter uit te kloppen moet je naar buiten, een stuk planeet zoeken waar je niet aan gehecht bent, en daar een milieudelict van lokale betekenis plegen.

Ik zei tegen mezelf: ik heb een gewone huishoudstofzuiger nodig.

Maar tegen die tijd woonde er al een Conga in huis.

Een robot. Formeel gezien.

De ingenieurs van Conga gingen er kennelijk van uit dat de mens in de toekomst in harmonie met de machine zou leven, en bouwden daarom een app die dat uitsluit. Het resultaat is een robot voor autonoom schoonmaken die je met de hand moet aanzetten. Ik loop ernaartoe, buk me, druk op de knop. Hij piept vrolijk en vertrekt om een proces te automatiseren dat zonet mijn fysieke inzet vereiste.

Dat had al een waarschuwing moeten zijn.

Toen kwam de Bissell CrossWave, en daarmee een andere filosofie. Hij dweilde de vloer: draaiende borstel, water erop en meteen weer eraf. Na een gewone dweil voelde dat als de overstap van de schoffel naar een gemechaniseerde divisie.

Alles ging goed tot het plastic kapje van de borstel brak.

Ik zocht de prijs van het kapje op. Daarna de prijs van een tweedehands Bissell.

De tweedehands Bissell was goedkoper dan het kapje.

Op dat moment deed de onderdelenmarkt wat jaren van opleiding, werk en rationeel denken niet was gelukt: ze overtuigde me definitief dat de economische werkelijkheid niet verplicht is om zin te hebben.

Ik kocht een tweede Bissell.

Nu heb ik twee CrossWaves. De ene is feitelijk een orgaanbank voor de andere, maar ze leven allebei nog, en dat roept een onaangename ethische vraag op.

Daar had ik moeten stoppen. Maar we waren allang voorbij het punt waarop “had moeten” nog iets betekende.

De WD5 bleef een enorme, lawaaierige en onhygiënische gele emmer op wieltjes, en een gewone stofzuiger had ik nog altijd nodig.

Zo kwam er een Dyson Cinetic Big Ball in huis. Tweedehands, uiteraard. Huishoudtoestellen kopen was voor mij inmiddels deelnemen aan de tweedehandscirculatie van de Europese gemechaniseerde huishouding.

De Dyson was prachtig: cycloon, grote bal, geen zakken. Hij zoog lucht aan alsof hij persoonlijk een hekel had aan de atmosferische druk. En het belangrijkste: je kon hem legen zonder archeologische expeditie in de Kärcher.

De verkoper van de Dyson keek me aan en zei ongeveer het volgende:

— Hebt u misschien ook interesse in een oude Roomba?

Een normaal mens zegt op zo’n moment “nee”.

Ik zei:

— Hoeveel?

Zo kwam de Roomba erbij. De Conga werkt nu op het gelijkvloers, als ik hem persoonlijk in gevechtsgereedheid breng, en de oude Roomba verhuist naar boven, waar hij vermoedelijk de rest van zijn elektronische leven zal slijten door methodisch tegen meubels te botsen.

Maar er zijn ook nog de trap, de hoeken, de zetel — plekken waarvoor niemand de Dyson wil meesleuren.

Daarvoor heb ik een kleine draadloze Zender met gemotoriseerde borstel en reservebatterijen.

Reservebatterijen zijn een bijzonder belangrijk stadium van de ziekte. Eén batterij betekent dat je een stofzuiger hebt. Meerdere batterijen betekenen dat je infrastructuur aan het bouwen bent.

De Zender grijp je met één hand, en hij raapt snel kruimels, haren en zand op, terwijl zijn draaiende borstel het vuil vanzelf naar binnen jaagt.

Dat is heel efficiënt.

Te efficiënt.

Precies met zulke zinnen begint het. “Dat is heel efficiënt.” “Dat is handig.” “Hij was tweedehands.” “Het onderdeel was duurder.” “Ik kreeg hem erbij met de Dyson.”

En dan open je de bezemkast en zie je daar een heel wagenpark aan gespecialiseerd schoonmaakmaterieel.

Want er is ook nog de extractor, voor gestoffeerde meubels. Hij spuit oplossing in de stof en zuigt die meteen weer op, samen met het vuil dat je tot dan toe liever niet zag. Na de eerste passage over de zetel krijgt het water in de tank een kleur die je een aantal voorbije jaren van je leven doet herbekijken.

Bij de extractor hoort natuurlijk chemie, en niet één fles. Als je eenmaal bij sproei-extractiereiniging van textiel bent aanbeland, zou het vreemd zijn om bij een universele shampoo te blijven.

Hetzelfde toestel is ook een stoomreiniger: stoom op hoge temperatuur, borstels, opzetstukken, slangen. Gaandeweg lijkt het schoonmaken van de badkamer op de voorbereiding van een chirurgische ingreep.

En dat is alleen nog maar binnen. Buiten staat er ook nog een bladzuiger-blazer. Zijn taak: eerst de bladeren over het hele terrein verspreiden, ze daarna weer bijeenzuigen en de eigenaar ervan overtuigen dat het zo bedoeld was.

En dan sta ik op een dag midden in huis in gedachten inventaris op te maken.

  • Kärcher WD5 — zware artillerie.
  • Dyson Cinetic Big Ball — reguliere troepen.
  • Conga — autonoom systeem, handmatige start vereist.
  • Roomba — autonoom reservecontingent, bovenverdieping.
  • Twee Bissell CrossWaves — gemechaniseerd vloerwassen plus strategische voorraad onderdelen.
  • Zender — mobiele snelle-interventie-eenheid.
  • Extractor — eenheid chemische reiniging.
  • Stoomreiniger — sanitaire dienst.
  • Bladblazer — externe operaties.

En ergens daartussen sta ik, iemand die een paar maanden geleden gewoon het huis wilde stofzuigen.

Het ergste is dat dit alles me nu volkomen logisch lijkt. Ik kan uitleggen waarvoor elk toestel dient. Ik kan bewijzen dat geen enkel een ander volledig vervangt. Ik kan een tabel maken: droog vuil, nat vuil, harde vloer, tapijt, gestoffeerde meubels, trap, bovenverdieping, tuin, gemorste vloeistof, snelle beurt, grondige beurt.

En de tabel klopt.

Dan pas wordt het eng.

Waanzin die je niet kunt uitleggen, kun je tenminste nog herkennen. Het echte gevaar begint wanneer er voor elke volgende stofzuiger een rationele technische onderbouwing bestaat.