Levenslessen

Een cijfer met een houdbaarheidsdatum

De schoolcultuur maakt van een cijfer voor één opdracht makkelijk een karakterschets van een mens: uitblinker, zesjesstudent, begaafd, lui. In werkelijkheid meet een cijfer de uitvoering van concreet werk onder concrete omstandigheden — soms vrij nauwkeurig, soms samen met het handschrift, de gehoorzaamheid en het humeur van de nakijker.

In elk geval meet het niet de hele mens.

Een hoog cijfer kan goed begrip betekenen, een geslaagde voorbereiding of een te makkelijke opgave. Een laag cijfer een hiaat in de kennis, een onduidelijke opgave, tijdgebrek, spanning of een dag waarop alles weigerde mee te werken.

Een cijfer is daarom nuttig als signaal en gevaarlijk als identiteit.

Een tien bewijst niet dat er niets meer te leren valt. Een onvoldoende zegt niet dat iemand dom is. Beide cijfers roepen de volgende vraag op:

Wat is hier precies gemeten?

Is het werk goed gedaan, dan kun je iets moeilijkers proberen. Is het slecht gedaan, dan kun je de bron van de fout opsporen. Soms moet het onderwerp worden herhaald. Soms moet de manier van voorbereiden veranderen. Soms moet je uitslapen. Soms moet je erkennen dat de opgave is opgesteld door iemand die in een langdurig conflict verkeerde met de interpunctie en met het gezond verstand.

Een cijfer hoort te helpen het leren bij te sturen. Zodra het in een vonnis is veranderd, blijft er nauwelijks nut van over.

Een cijfer heeft, net als een verklaring, een geldigheidsduur en een toepassingsgebied. Een zesje voor scheikunde in de tweede klas beschrijft een tweedeklasser die dat jaar zijn eerste liefde had en een invaller voor de klas. Twintig jaar later beschrijft dat cijfer niets meer, maar de betrokkene draagt het nog steeds bij zich en verklaart er mee waarom hij niets van de samenstelling van medicijnen begrijpt en er ook niets van wil begrijpen. Het document is allang ongeldig, maar het stempel oogt overtuigend.

Het makkelijkst toets je een cijfer met een vraag naar de inhoud: wat werd er precies gemeten — begrip van het onderwerp, netheid van het schrift, snelheid of de bereidheid niet met de leraar in discussie te gaan. Meestal blijkt dat alles tegelijk werd gemeten, en dus niets concreets.