Ongemak zonder cultus
Sommige stemmen in het publieke debat verklaren elk ongemak tot trauma, andere tot de noodzakelijke prijs van groei. Beide formules bezuinigen op onderscheid: niet elk ongemak is schadelijk en niet elk lijden is nuttig.
Lichamelijke inspanning versterkt het lichaam, mits ze past bij de mogelijkheden en er tijd voor herstel overblijft. Een moeilijk gesprek kan een relatie verbeteren. Een onbekende opgave verbreedt een vaardigheid. Verhuizen, studeren en een nieuwe baan ontnemen tijdelijk de vertrouwde steun.
Ongemak gaat vaak samen met groei, omdat het nieuwe nog niet automatisch is geworden. Maar het oorzakelijk verband werkt niet beide kanten op. Dat iemand het slecht heeft, bewijst niet dat hij zich ontwikkelt.
Je kunt jarenlang zinloos werk, destructieve relaties of een slecht opgezette training verdragen en het geheel het verlaten van je comfortzone noemen. De zone is dan inderdaad verlaten. De richting is onbepaald gebleven.
Nuttig ongemak is verbonden met een gekozen doel, is begrensd in tijd of omvang, ondermijnt de gezondheid niet, geeft terugkoppeling, vergroot de mogelijkheden en laat herstel toe.
Nutteloos ongemak vraagt alleen om nog meer volhouden.
Ook stabiliteit is noch een absoluut goed, noch een teken van dood. Gezondheid, vertrouwen, begrijpelijke regels en een goed werkende infrastructuur zijn juist waardevol door hun bestendigheid. Het probleem ontstaat wanneer stabiliteit de naam wordt voor het onvermogen te veranderen nadat de omgeving is veranderd.
Een fiets is inderdaad stabiel in beweging. Een stoel moet gelukkig ook zonder trappers stabiel zijn.
De keuze gaat niet tussen comfort en leven, maar tussen het behouden van wat werkt en het vernieuwen van wat is opgehouden te werken.
Onderscheid maken helpt een vraag die moeilijk fraai te beantwoorden is: wat kan ik nu wat ik een halfjaar geleden niet kon. Wie een halfjaar met stijgende gewichten naar de sportschool ging, heeft een antwoord. Wie een halfjaar een schreeuwende baas verdroeg, heeft dat meestal niet. Hij heeft geleerd een schreeuwende baas te verdragen, en die vaardigheid is nergens naartoe over te dragen behalve naar de volgende zulke baas. Nuttig ongemak laat een spoor na in vaardigheden; nutteloos ongemak laat alleen een spoor na in het karakter, en dan nog in de vorm van een verhoogde bereidheid om te verdragen.
Ongemak zonder terugkoppeling is een kostenpost, geen investering. Een investering wordt het pas wanneer er iets is om in te investeren, en dat is beter volgens een schema te controleren dan op het gevoel dat er, omdat het zwaar is, wel enig werk aan de gang zal zijn.