Levenslessen

Uiterlijk zonder vonnis

De samenleving maakt van uiterlijk graag tegelijk een persoonlijke plicht en een grond voor een vonnis. Men nodigt je uit „jezelf te zijn”, maar leest daarna je kleding, je lichaam en je verzorging als een volledig verslag over je karakter.

Verzorging, gezondheid, kleding, houding, gezichtsuitdrukking, stem en het vermogen je niet te verontschuldigen voor je eigen aanwezigheid wegen vaak zwaarder dan aangeboren gegevens.

Hygiëne is basisinfrastructuur, geen esthetisch standpunt. Nuttige gewoonten zijn inderdaad makkelijker vooraf in te slijpen: tanden, huid, kleding, slaap, regelmatige medische zorg.

Een verandering in uiterlijk bewijst geen ongeluk. Mensen veranderen hun kapsel, stijl en tatoeages uit nieuwsgierigheid, om ergens bij te horen, voor het plezier of om een nieuwe fase te markeren. Soms is het werkelijk een poging het gevoel van controle terug te krijgen. Eén kenmerk is niet genoeg voor een diagnose.

Het vermogen te bevallen ontwikkel je door oefening, maar make-up, kleding en andere middelen staan dat niet automatisch in de weg. Ook die horen bij de communicatie. Het probleem ontstaat als iemand zich zonder die middelen ontoonbaar vindt.

Uitdagende of sexy kleding zegt niets betrouwbaars over intelligentie of bedoelingen. Ze beïnvloedt wel degelijk welke aandacht iemand krijgt, maar de verantwoordelijkheid voor ongepast gedrag blijft bij degene die het vertoont.

Het uiterlijke beeld werkt als filter, maar het filter is onnauwkeurig. Het trekt sommigen aan, schrikt anderen af en wekt verwachtingen. Daarom kun je het beter kiezen met begrip van de context dan uit angst voor andermans oordeel.

Professionals doen overigens soms mee aan het Eurovisiesongfestival. Zij weten alleen vooraf dat ze naar een wedstrijd zijn gekomen.

Kleding werkt als een verklaring over waar iemand is komen opdagen. Bij een sollicitatie bij een bank bewijst een pak geen competentie, maar het meldt dat de kandidaat de regels van de plek begrijpt; in een werkplaats meldt hetzelfde pak dat hij ze niet begrijpt. De vergissing kost op zichzelf zelden de baan — ze geeft de ander alleen extra werk: hij moet uitzoeken wat anders vanaf de deur duidelijk was geweest. Een deel van de mensen doet dat werk niet.

Daaruit volgt niet dat je overal hetzelfde signaal moet afgeven. Er volgt uit dat je hoe dan ook een signaal afgeeft, ook in het geval van volledige onverschilligheid voor het onderwerp. Dan bepaalt niet jij de inhoud ervan, maar degene die kijkt.