Het lichaam is geen vervoermiddel voor het hoofd
De intellectuele cultuur is gewend over denken te praten alsof het lichaam het bewustzijn slechts naar de tafel brengt. In werkelijkheid doen slaap, beweging, pijn, voeding en de hormonale toestand mee aan het werk van het hoofd, nog voor welke filosofie ook.
Maar slaaptekort, pijn, gebrek aan beweging en chronische spanning veranderen de aandacht, het geheugen, de stemming en de kwaliteit van beslissingen. Het lichaam zit de hele vergadering mee uit, ook al staat het niet op de lijst van genodigden.
Regelmatige lichaamsbeweging is niet nuttig als karaktertest, maar als onderdeel van het onderhoud van het organisme. Ze kan het welbevinden, de slaap en het vermogen om belasting te verdragen verbeteren. Bovendien schept training een terugkerende ervaring: een onaangename inspanning begint, bereikt een piek en houdt op. Dat is nuttige kennis.
Kies bij voorkeur een bezigheid die:
- bij je gezondheid past;
- je genoeg bevalt om te herhalen;
- geleidelijke opbouw toelaat;
- geen voortdurend overwinnen van pijn vereist;
- in het gewone leven past.
Sport die de gezondheid vernietigt om wilskracht te bewijzen, heeft de opdracht slecht begrepen.
Slaap is nog belangrijker. Die kun je niet volwaardig vervangen door in bed te liggen. Rustig rusten is beter dan onrustig wakker liggen, maar een nacht zonder slaap blijft doorgaans een nacht zonder slaap.
Angst voor slapeloosheid kan de opwinding inderdaad versterken. De poging jezelf te dwingen in slaap te vallen verandert het bed in een examenzaal. Nuttiger is het de inzet te verlagen: niet elke slechte nacht als ramp beschouwen, een vast ritme aanhouden en hulp zoeken als het probleem regelmatig wordt.
De slaaptijd hoeft niet voor iedereen hetzelfde te zijn. Belangrijker zijn voldoende duur, regelmaat en aansluiting op het echte leven. Vroeg opstaan is geen morele prestatie, en een nachtritme niet automatisch een ondeugd.
Wel vraagt een schema dat voortdurend botst met werk, gezin en daglicht een hogere prijs.
Een wekker traint het karakter niet. Hij meldt alleen dat de onderhandelingen met de avond slecht zijn afgelopen.
De goedkoopste toets is het oordeel over je eigen leven uit te stellen tot het ontbijt. De gedachte „mijn werk is zinloos, mijn relatie zit vast en het is toch allemaal voor niets” komt vaker langs om één uur ‘s nachts na vier uur slaap dan om elf uur ‘s ochtends na acht uur. De overtuigingskracht is in beide gevallen gelijk. Het verschil is dat de nachtversie niet te toetsen valt: je kunt er niet mee in discussie, want de tegenwerpingen worden verwerkt door hetzelfde vermoeide systeem.
Vandaar een huis-tuin-en-keukenregel: serieuze conclusies over je leven niet eerder trekken dan na een etmaal normale slaap en na het eten. Een deel ervan overleeft dat, en juist daarmee valt te werken. De rest blijkt symptoom, geen conclusie.