Levenslessen

Eerst stoppen

De heldencultuur eist dat je in een crisis onmiddellijk handelt en niet in paniek raakt. Dat advies helpt iemand die al in paniek is weinig; nuttiger is een korte procedure die met stoppen begint.

Na de ramp met de spaceshuttle Challenger liet de natuurkundige Richard Feynman tijdens een openbare zitting een stukje van een O-ring in een glas ijswater zakken en kneep het samen. In de kou kwam het rubber slechts langzaam terug in vorm. Een kleine demonstratie maakte zichtbaar wat in ambtelijke formuleringen verloren ging: het materiaal kon bij lage temperatuur zijn functie niet vervullen.

Feynman schreef later over de kloof tussen de technische risicobeoordeling en de retoriek van het management. In een noodsituatie is stoppen precies nodig voor die terugkeer naar de fysica: wat gebeurt er met het voorwerp, de mens en de omgeving — voordat een zelfverzekerde stem uitlegt waarom alles hoort te werken.

Beter is een korte procedure.

Stop eerst de beweging, als die het gevaar vergroot. Zorg daarna voor je eigen veiligheid. Kijk om je heen. Roep hulp. Voer één handeling tegelijk uit.

In een noodsituatie neigt een mens ertoe:

  • heen en weer te schieten tussen taken;
  • een handeling die niet werkt te herhalen;
  • door een gevaarlijke zone naar het slachtoffer te rennen;
  • iedereen tegelijk te willen aansturen;
  • bang te zijn er radeloos uit te zien.

Dat laatste is bijzonder onzinnig. Een ongeval wordt zelden beter van een goed gecomponeerde gezichtsuitdrukking.

Een bruikbare volgorde:

Stop.

Wat bedreigt ons nu meteen?

Wie belt de hulpdiensten?

Wat kan ik werkelijk?

Wat mag niet erger worden?

Kalmte betekent niet dat er geen angst is. Het betekent dat de handelingen niet alleen door angst worden gekozen.

De huishoudelijke versie van deze regel is bij elke lekkage te zien. Het druppelt uit het plafond, en de eerste beweging is: teil, dweil, bellen met de bovenburen. De kraan wordt een minuut of tien later dichtgedraaid, wanneer de dweil definitief verloren heeft. Drie seconden voor de vraag „waar zit de bron?” zouden goedkoper zijn geweest dan alles wat daarna volgt, maar juist die drie seconden lijken een ontoelaatbare luxe zodra het water op de vloer staat.

Het onaangename aan stoppen is dat het van buitenaf op nietsdoen lijkt. Iemand met een dweil oogt daadkrachtig, iemand die midden in de kamer staat na te denken radeloos. Dat oordeel keert ongeveer een uur later om, wanneer duidelijk wordt wie van de twee het water heeft afgesloten.