Levenslessen

Werk is een deel van het contract

De bedrijfscultuur spreekt graag over familie, missie en een gedeeld lot wanneer de organisatie meer tijd en loyaliteit nodig heeft. Maar een bedrijf koopt iemands werk, niet die persoon in zijn geheel.

Werk kan belangrijk, interessant en maatschappelijk nuttig zijn. Maar een crisis in dat werk hoeft niet automatisch de persoonlijke tragedie van elke medewerker te worden.

Het loont onderscheid te maken tussen:

  • de opgave van de organisatie;
  • je eigen verplichting;
  • een probleem dat je kunt oplossen;
  • een probleem waarvoor je verantwoordelijk bent;
  • een probleem dat je alleen maar getoond wordt, in de hoop op vrijwillige adoptie.

De zin „dat is mijn probleem niet” betekent soms een gezonde grens, soms een weigering je eigen werk te doen. Preciezer is de vraag:

Is dit mijn taak?

Zo ja, welke bevoegdheden en middelen heb ik?

Zo nee, van wie is hij dan?

Een medewerker hoeft niet elk bedrijfssucces als persoonlijke grootheid en elke tegenslag als morele nederlaag te beleven. Emotionele afstand helpt om rustiger te beslissen.

Tegelijk heeft werk wel degelijk gevolgen voor anderen. Het uitsluitend als een spel voor eigen belang zien is ook gevaarlijk. Een technische berekening, een medische ingreep, een financieel verslag of een schoolles raakt mensen die niet deelnemen aan jouw innerlijke filosofie.

Een goede houding tegenover werk verenigt twee uitspraken:

Ik behoor niet toe aan de organisatie.

Ik ben verantwoordelijk voor wat ik heb toegezegd te doen.

Werk hoort een plaats in het leven in te nemen, niet het hele leven. Als het voortdurend vraagt om slaap, gezondheid, naasten en denkvermogen op te offeren, ligt het probleem misschien niet aan onvoldoende toewijding van de medewerker.

Sommige bedrijven noemen die toestand betrokkenheid. Het lichaam gebruikt doorgaans minder feestelijke termen.

Bij een sollicitatiegesprek is het nuttig het woord „familie” terug te vertalen naar de taal van het contract. In een familie word je niet ontslagen op grond van de kwartaalcijfers, hoef je geen geheimhoudingsverklaring te tekenen en krijg je geen pasje dat op de dag van je vertrek de deur niet meer opent. Een bedrijf doet dat allemaal wel, en terecht, want het is een bedrijf. De vraag geldt niet de organisatie, maar het jargon dat om familietrouw vraagt in ruil voor arbeidsvoorwaarden.

De toets is simpel: kijk welke kant de metafoor op werkt. Als „we zijn één familie” klinkt in gesprekken over overwerk en vrijwel nooit in gesprekken over de bonus, dan wordt het woord gebruikt als een munt die maar één partij drukt.