Reckonisme (boek)

Conclusie

Als de wind van richting verandert, bouwen sommigen muren en anderen windmolens

Chinees spreekwoord.

Waarschijnlijk heb je je tijdens het lezen van dit boek meer dan eens ongemakkelijk gevoeld bij de gedachte aan een wereld waarin iedereen elkaar voortdurend kan zien. Bevalt die wereld onszelf? Niet echt. Niemand wil dat iedereen om ons heen ons de klok rond kan gadeslaan. Maar aan de andere kant is het merendeel van de mensen op deze planeet zonder er lang over na te denken bereid om niet alleen zijn privacy op te geven, maar ook zijn vrijheid, in ruil voor 5% korting en de belofte van duistere figuren met de glimlach van een spindoctor dat ze veiligheid en stabiliteit zullen leveren. Daar moet je rekening mee houden. De vraag luidt: komt er een “Grote Broer” of niet? Ja. Komen er morgen mensen die alles over je te weten kunnen komen? Die komen er. Is het in zo’n situatie gepast om ervoor te zorgen dat jij ook alles over hen weet? Gepast.

Wij vinden dat het bestrijden van de vervaging van privacy niet alleen onmogelijk is, maar ook niet nodig. Wat wel nodig is, is de gang van zaken in een eerlijker en menselijker richting sturen. Wat is het verschil tussen Klavdia Ivanovna, de conciërge van een appartementencomplex, en Serpentina Adolfovna, de portier van een studentenhuis? Ze vervullen toch dezelfde functie. Maar de eerste wordt goedmoedig bejegend en de tweede wordt als vijand gezien. De eerste betalen we zelfs voor haar werk. De tweede proberen we te misleiden. Als er bijvoorbeeld een camera in de lift wordt opgehangen, wie is er dan als eerste tegen? Uiteraard degenen die de knopjes in brand steken en in de liften schijten. Het gaat dus om de mate waarin leden van de samenleving hun verantwoordelijkheid voor en hun betrokkenheid bij gemeenschappelijk bezit begrijpen. Als je je conciërge zelf betaalt, heb je de situatie in de hand. Zij is jouw conciërge. En de lift in het gebouw is jouw lift. In derdewereldlanden is men nog ver van dat denken verwijderd, en in ontwikkelde landen spreekt het uiteraard vanzelf. Hoe hoger het ontwikkelingsniveau van een samenleving, hoe meer conciërges en hoe minder portiers. Verantwoordelijkheid en betrokkenheid, geen vervreemding.

Totale controle is voor ons op dit moment alleen onaanvaardbaar omdat we nog altijd bang zijn voor “KGB-majoor Ivanov”, die ons de groeten doet uit Orwells 1984. Maar in de wereld van het reconisme bestaat “het systeem” als zodanig niet. Er zullen geen “majoors Ivanov” zijn.

De deanonimisering van de samenleving zal geleidelijk en vrijwillig verlopen. Kijk naar de “pijler van de anonimiteit”, het internet. Waar zit op dit moment de meeste beweging? In de sociale netwerken. Juist daar waar anonimiteit niet op zijn plaats is. Daar waar mensen vrijwillig hoogst intieme dingen met elkaar delen, tot en met het permanent doorgeven van hun actuele locatie. En er gebeurt niets. Iedereen vindt het prima.

Een transparante wereld zal een goede plek zijn om te leven als veel morele en religieuze taboes en vooroordelen verdwijnen. Dat houdt onder meer in: als iemands woorden of daden een ander beledigen of verontwaardigen, dan is dat het probleem van degene die zich beledigd voelt (behalve natuurlijk wanneer de schade volstrekt materieel en meetbaar is: een klap in het gezicht, ingegooide ruiten, een in brand gestoken deur). Als we pogroms aanrichten naar aanleiding van een spotprent in de krant en gaypride-optochten uiteenslaan, is het voor ons nog wat te vroeg om transparant te worden. In een transparante samenleving is maar één vorm van onverdraagzaamheid toegestaan: onverdraagzaamheid tegenover geweld.

In een transparante wereld zal definitief afgerekend moeten worden met de primitieve, magische kijk op het woord: een verbod om bepaalde onderwerpen publiekelijk te bespreken of om bepaalde woorden uit te spreken slaat nergens op. Een olifant die woedend staat te stampvoeten en eist dat het keffertje een boete krijgt, is een belachelijk gezicht. Heb je gelijk, dan zet agressief gekef je gelijk alleen maar mooier af; heb je geen gelijk, dan is er ook geen enkele grond om anderen te verbieden je de onaangename waarheid in je gezicht te zeggen. Geen enkele belediging en geen enkele agressieve leus kan schade aanrichten zolang twee fundamentele regels strikt worden nageleefd: de tegenovergestelde positie mag even vrij verdedigd worden, en overgaan tot geweld is categorisch verboden. Alle bloedige oproeren, pogroms, revoluties en moordpartijen vonden alleen plaats wanneer eerst de eerste en vervolgens ook de tweede regel werd geschonden.

In dit boek hebben we tal van aspecten van de veronderstelde reconistische toekomst beschreven. Maar we hebben geen concreet stappenplan gegeven om het reconisme op te bouwen. Dat komt doordat wij het überhaupt niet mogelijk achten om het reconisme kunstmatig op te bouwen. Er komt geen “Grote Reconistische Revolutie”. Wie doelbewust naar het reconisme streeft, kan onder het mom van reconisme een absoluut informisme bouwen, net zoals ooit onder het mom van socialisme een absoluut kapitalisme werd gebouwd: één megamonopolie voor een heel land. Zoals de meeste kapitalistische landen het absolute kapitalisme niet bereikten en langs evolutionaire weg socialistische beginselen gingen ontwikkelen — vakbonden, gratis onderwijs, sociale geneeskunde, pensioenen — zo zullen ook vandaag de waarschijnlijkste scenario’s voor een stelselwisseling stil, traag en onopvallend zijn.

Het streven van de samenleving naar transparantie is nu al zichtbaar. Allerlei anticorruptiewetten eisen transparantie over de financiën van ambtenaren en hun familie. Producenten drukken de samenstelling van hun product op het etiket. Ouders geven hun kinderen telefoons met een volgfunctie. Het ondernemingsrecht wordt jaar na jaar veeleisender op het punt van transparantie. In sommige landen, bijvoorbeeld Singapore, wordt de volledige bedrijfsadministratie online bijgehouden. In Brazilië worden alle begrotingsuitgaven van elke bestuurlijke eenheid op internet gezet. En dat in realtime. Elke dag ontstaan er in de wereld projecten die op de een of andere manier met het reconisme te maken hebben.

De eisen aan transparantie zullen steeds strenger worden, omdat onfrisse en criminele activiteiten altijd in de schaduw zullen blijven. Naarmate er meer wordt onthuld, loopt de “concentratie” van slechte dingen in de nog gesloten informatie voortdurend op, en daarmee lopen ook de eisen om die te onthullen op. Vroeg of laat ontstaat in de samenleving het stereotype: “gesloten betekent crimineel”. Dat wordt een keerpunt in het maatschappelijke bewustzijn.

Ook de verhoudingen in de zuiver informationele sfeer worden steeds transparanter. Er is geen fysieke belemmering voor mensen om vrij software, video en muziek met elkaar te delen. Daarom ontstaan er vrije licenties en bedrijfsstrategieën die van meet af aan rekenen op ongehinderd kopiëren in plaats van op verboden. De meeste vooruitziende contentproducenten zijn al gedeeltelijk of volledig overgestapt op winst maken met de wortel — online-applicaties, abonnementen, lage prijzen — in plaats van met de stok van dreigementen en showprocessen tegen “piraten”.

De technologische complexiteit en de informatiedichtheid van het eindproduct nemen voortdurend toe. Het uiterlijk is al lang geen maatstaf meer voor kwaliteit, en om te begrijpen waarin “goedkoop Chinees” verschilt van “duur Duits” is een onafhankelijke reputatiebeoordeling nodig.

Openheid is des te belangrijker op een markt die steeds verder wikificeert, een markt waar in principe zelfs auto’s in kleine oplagen door kleine bedrijven gemaakt kunnen worden, mits ze over een ontwerp, CNC-machines en industriële robots beschikken. Een groot aantal nieuwe producenten kan alleen vertrouwen wekken bij consumenten door zich open te stellen en te laten zien waarom je juist bij hen zou moeten kopen. Transparantie wordt onderdeel van de toegevoegde waarde van het product.

Marketeers, die wel mee moeten met de transparantie-eisen van de consument, begrijpen dat een vage vermelding op de verpakking over “natuuridentieke aroma’s” niet meer volstaat. Ze zijn gedwongen geen “bedrijfsgeheimen” te bewaren, maar zich juist open te stellen. Nu gebeurt dat in de vorm van rondleidingen voor bloggers. Vroeg of laat worden webcams in de fabriek de norm, onderdeel van de PR-strategie van elk serieus bedrijf.

Ook politici zullen over hun eigen transparantie moeten nadenken. Niet connecties en niet het vermogen om te intrigeren en zonder blozen te liegen, maar de afwezigheid van lijken in de kast wordt het belangrijkste bestanddeel van politiek kapitaal. Tegelijk zal de behoefte aan politici als beheerders van de gemeenschappelijke middelen geleidelijk afnemen. Mensen zullen zelf beslissingen kunnen nemen en die zelf kunnen uitvoeren, zoals nu al gebeurt in gemeenschappen ter grootte van een appartementengebouw of een volkstuinvereniging. Politici houden dan niets meer over om af te romen of door te drukken, en de strijd om het pluche verliest zijn relevantie.

Ook de groeiende asymmetrie in de toegang tot informatie kan als katalysator voor de overgang naar het reconisme werken. Overheids- en bedrijfssystemen voor toezicht zullen steeds vaker onvrede oproepen, en er zal steeds vaker ongecontroleerd informatie uit weglekken — Robin Hoods zijn er altijd. Uiteindelijk komen zij aan de macht die niet bang zijn om alles openbaar te maken.

Ten slotte zullen mensen niet alleen transparantie van anderen gaan eisen, maar ook zelf informatie over zichzelf gaan vrijgeven, als indekking en uit veiligheidsoverwegingen. Camera’s die permanent opnemen helpen je te beschermen tegen valse beschuldigingen, voorkomen dat misdadigers hun straf ontlopen en leveren een alibi.

Op enig moment wordt de concentratie van observatie- en registratiemiddelen zo hoog dat mensen er enerzijds simpelweg geen aandacht meer aan besteden, en anderzijds iemand die observatie ontwijkt en zijn persoonlijke geschiedenis verbergt in het gunstigste geval overkomt als een excentrieke zonderling. In het ongunstigste geval als een verdacht en onbetrouwbaar figuur. Er begint dan een razendsnelle kristallisatie van de over het geheel genomen ondoorzichtige en gefragmenteerde informatieruimte — die uit talloze afzonderlijke gemeenschappen, organisaties, clubs en verenigingen bestaat, vanbinnen transparant maar van buitenaf niet — tot één transparante ruimte. Er vindt zoiets als een faseovergang plaats. Uiteraard zullen sommige hechte groepen, subculturen en gebieden zich aan het idee van privacy blijven vastklampen, maar ze vormen dan niet langer de meerderheid en kunnen geen wezenlijke rol meer spelen in het leven van de samenleving. Net zoals er nu hier en daar nog stammen bestaan die in een oergemeenschappelijke orde leven, of religieuze nederzettingen die elektriciteit, telefoon en auto’s afwijzen.

Hoewel wij het onproductief en zelfs overbodig vinden om “het reconisme te bouwen”, is het heel goed mogelijk het een beetje te helpen groeien. En jezelf meteen te helpen om je alvast aan de veranderingen aan te passen. Als er reden is om aan te nemen dat alles om je heen binnenkort onder water komt te staan, kun je maar beter leren zwemmen. In dit concrete geval betekent dat: betrouwbare horizontale banden met andere mensen opbouwen, zo min mogelijk op geheimen van welke aard ook leunen, en je in alle omstandigheden gewoon fatsoenlijk gedragen, ook zonder getuigen. Opmerkelijk genoeg moet je precies het omgekeerde doen om te slagen in een gesloten hiërarchische samenleving: verticale banden zijn meer waard dan horizontale, je houdt je mond maar beter dicht, en netjes gedragen hoef je je alleen in het openbaar.

Vroeger was het goedkoper en voordeliger om een paar sociale maskers te hebben, een voor intern en een voor publiek gebruik, dan om oprecht te zijn. Vandaag zijn we het punt genaderd waarop hypocrisie voor bijna niemand nog te betalen is. Waar je vroeger, om te kunnen zeggen dat je leven geslaagd was, koste wat kost meer slaven, meer land, meer geld en meer informatie moest binnenhalen, met alleen voor de schijn het masker van de rechtschapene op, daar zul je binnenkort voor datzelfde succes even berekenend, sluw en cynisch de samenleving moeten dienen, eerlijk en fatsoenlijk moeten zijn en goed moeten doen, om meer vertrouwen en reputatie binnen te halen. Het masker versmelt met het gezicht en houdt op louter masker te zijn. Deze keer zouden de “geraffineerde schoften”, die beter dan anderen ruiken uit welke hoek de wind waait, wel eens helemaal geen schoften kunnen blijken.