Kondig de bouw niet aan
De moderne cultuur houdt van publieke voornemens: een doel aankondigen, bijval verzamelen en voor het oog van een publiek een nieuw leven beginnen. Praten over plannen levert een deel van het genot al vóór het resultaat op.
Je krijgt aandacht, steun en een beeld van je toekomstige zelf. Daarna kan het echte werk minder aantrekkelijk lijken: de sociale premie is al uitgekeerd.
Daaruit volgt niet dat je plannen moet verzwijgen.
Een publieke verplichting helpt soms. Het advies van een vakman scheelt fouten. Samenwerken is onmogelijk zonder je voornemen te melden. Naasten moeten weten van besluiten die hen raken.
Het is nuttig onderscheid te maken tussen:
- een mededeling omwille van de uitvoering;
- een verzoek om hulp;
- een verplichting;
- het vroegtijdig vieren van een persoon die nog niet bestaat.
Beter is het te spreken over de eerstvolgende stap en over wat al gedaan is:
Ik heb de papieren ingediend.
Ben aan de cursus begonnen.
Heb een eerste versie gemaakt.
Dat is nauwkeuriger dan de aankondiging van een nieuw tijdperk in je eigen levensloop.
De bouwplaats mag je op de kaart zetten. De feestelijke opening houd je beter pas als er ten minste één muur staat.
Het verschil zie je aan de werkwoorden. „Ik heb besloten Engels te gaan doen” is het aankondigen van een bouw: op elk moment uit te spreken en meteen goed voor bijval. „Ik ga nu drie weken naar de cursus, er zijn er nog negen te gaan” is een verslag: daarvoor moet er al iets gebeurd zijn. Daarom klinkt in een gezelschap waar men over plannen vertelt, degene die nog niet begonnen is het luidst. Hij heeft de meest verse versie van de toekomst, door geen enkele botsing met de werkelijkheid bedorven.
Het publiek controleert intussen niets. Een halfjaar later vraagt niemand hoe die cursus is afgelopen — en dat is geen kiesheid maar gebrek aan belangstelling. De aankondiging kostte weinig en werd even goedkoop uitgewist.