Levenslessen

„Dat is subtiel”

Eerlijkheid verplicht niet elke mening te melden, zeker niet als die mening niemand helpt.

Iemand laat een nieuw kapsel zien, een schilderij, zijn kind op het schoolconcert of een zelf gerepareerde plank. De vraag „en, wat vind je?” is niet altijd een verzoek om een onafhankelijk deskundigenoordeel.

Vóór het antwoord is het nuttig het doel van het gesprek te bepalen:

  • er is steun nodig;
  • er is vakkundige kritiek nodig;
  • de ander kiest tussen varianten;
  • het besluit is nog te wijzigen;
  • hij deelt gewoon zijn vreugde.

De zin „het is niet mijn smaak” is eerlijker dan valse geestdrift en zachter dan een vonnis.

Soms volstaat het een concrete verdienste op te merken:

Een interessante combinatie.

Je ziet hoeveel werk erin zit.

Deze variant is heel expressief.

Het universele „betoverend” kan ook, maar na de tiende keer kan de omgeving een systeem ontdekken.

Tact is niet de kunst van het mooi liegen. Het is het vermogen geen nutteloze schade te veroorzaken voor het genot van je eigen rechtlijnigheid.

Een praktisch kenmerk is of er nog iets te veranderen valt. Een presentatie die morgen de deur uitgaat, is het waard uitvoerig door te nemen: een opmerking wordt een correctie. Dezelfde presentatie wordt na de vergadering niet meer doorgenomen voor het resultaat, maar voor het eigen scherpe inzicht. Hetzelfde geldt voor een woning waar iemand al is ingetrokken, voor een kapsel van een uur geleden, voor een tatoeage en voor de naam die vorige week aan een kind is gegeven. De vraag „en, wat vind je?” betekent in die gevallen geen verzoek om een analyse, maar een uitnodiging te delen in wat al gebeurd is.

Vandaar een eenvoudig onderscheid: vóór het besluit is nauwkeurigheid nuttig, daarna gepastheid. Een mening die wordt geuit wanneer er niets meer te herstellen valt, zegt niets over het onderwerp. Ze zegt iets over de spreker.