De niet doorleefde dood
De eigen dood valt niet te beleven als een voltooide toestand. Zolang er beleving is, is er ook iemand die beleeft.
Die oude filosofische waarneming vermindert soms de angst voor het niet-zijn. Maar ze maakt een mens zelfs technisch niet onsterfelijk. De dood blijft een gebeurtenis voor het lichaam, voor de omstanders en voor alle onafgemaakte zaken.
Het nuttige deel van deze gedachte zit niet in de woordparadox, maar in de grens van de ervaring.
We vrezen het beeld van onze eigen afwezigheid, dat per definitie wordt getekend door een aanwezig bewustzijn. Dat probeert zich een wereld zonder waarnemer voor te stellen en laat zichzelf onvermijdelijk ernaast staan, om te kijken.
Die angst is niet volledig met logica op te lossen. Hij hangt niet alleen samen met niet-bestaan, maar ook met pijn, verlies van controle, afscheid, onafgemaaktheid en het lot van de naasten.
Het besef van eindigheid kan de angst niet opheffen, maar wel de prioriteiten veranderen. Beperkte tijd maakt de keuze betekenisvol. Je kunt niet alle mogelijke levens leven, dus moet je er één na de ander kiezen en de rest laten varen.
De dood levert geen kant-en-klare zin. Ze herinnert er alleen aan dat eindeloos uitstel zich slecht verhoudt tot de opzet van de opgave.
Het praktische deel van deze gedachte blijft gewoonlijk buiten beeld. De dood is geen gebeurtenis voor de gestorvene, maar wel voor wie achterblijft om uit te zoeken: waar de papieren liggen, of er een testament is, wat de code van de telefoon is, van wie de rekening is waarop het salaris binnenkomt, en wat er met de lening moet gebeuren. Mensen die rustig over eindigheid filosoferen, hebben vaak geen van die handelingen verricht — filosoferen is makkelijker dan naar de notaris gaan. Het gesprek erover met naasten wordt om dezelfde reden uitgesteld: het lijkt op het afroepen van onheil, terwijl het gewone overdracht van documentatie is.
Van papieren wordt de angst niet minder. Wat minder wordt, is de hoeveelheid die anderen toevalt in een week waarin ze allerminst zin hebben in archieven. Dat is het enige deel van de opgave waar überhaupt een oplossing voor bestaat.