Een eigen doel
De samenleving deelt graag kant-en-klare routes uit: een goede opleiding, de juiste carrière, een eigen huis, een gezin binnen de gestelde termijn. Zo’n doel is prettig omdat je niet eerst hoeft uit te zoeken van wie het is.
De psychologen Edwin Locke en Gary Latham gingen het stellen van doelen onderzoeken, niet als feestelijke verklaring maar als werkend mechanisme. In een reeks studies, later gebundeld in het boek „A Theory of Goal Setting and Task Performance“, hielpen concrete en voldoende moeilijke doelen doorgaans beter dan de vage opdracht „doe het zo goed mogelijk“ — op voorwaarde dat iemand de taak aanvaardde, terugkoppeling kreeg en over de middelen beschikte om haar uit te voeren.
Die laatste voorwaarde weegt zwaarder dan de posterformule. Een doel zonder terugkoppeling wordt een pijl die op een muur is getekend. Een moeilijk doel zonder vaardigheid en middelen levert geen motivatie op, maar een netjes gemeten nederlaag. Onderzoek naar doelen bevestigt niet de magie van het opschrijven van een wens, maar het nut van een helder richtpunt binnen een werkend systeem.
Doelen komen vaak kant-en-klaar binnen: een bepaalde opleiding halen, carrière maken, een huis kopen, een gezin stichten, succesvol lijken en voldoen aan het beeld dat je ouders van een normaal leven hebben.
Al die doelen kunnen goed zijn.
Het loont de moeite te vragen:
Zou ik dit willen als niemand het resultaat te zien kreeg?
Hoe ziet een gewone dag eruit nadat het bereikt is?
Wat is de volle prijs — aan tijd, gezondheid, afhankelijkheid en opgegeven alternatieven?
Wat hoop ik te voelen, en bestaat er een directere weg daarnaartoe?
Beschouw een doel liever als hypothese dan als eed. Het ordent je handelen zolang het een gewenste toekomst verklaart. Zijn de omstandigheden veranderd of blijkt de aankomst iets anders dan verwacht, dan mag de route herzien worden.
Consequent zijn is nuttig. Trouw aan een willekeurig gekozen punt aanzienlijk minder.
Bovendien is een doel kiezen pas het halve werk. Je moet ook nog uitmaken waar de zin ervan vandaan komt en waarom het een plek in je eigen leven verdient.
De samenleving biedt kant-en-klare pakketten: gezin, carrière, dienstbaarheid, geloof, creativiteit, rijkdom en het horen bij een groot idee.
Elk daarvan kan echte zin worden. Geen enkele werkt automatisch.
Het helpt om niet alleen naar de verheven formulering te kijken, maar ook naar de dagelijkse praktijk. „Mensen helpen“ kan jaren studie, nachtdiensten en papierwerk betekenen. „Vrij zijn“ een onzeker inkomen en de plicht om alle beslissingen zelf te nemen.
De zin hoeft niet één en voor altijd te zijn. Verschillende levensfasen mogen zich rond verschillende taken ordenen.
Hij hoeft ook niet groots te zijn. Zorgen voor een paar mensen, een vak goed uitoefenen en meedoen in een kleine gemeenschap leveren soms een steviger constructie op dan de poging een spoor in de geschiedenis na te laten.
De proef met een gewone dag werkt beter dan welke formulering ook. Wie „chirurg wil worden“ stelt zich de operatiekamer en de dankbaarheid voor. Een gewone dag van een chirurg is de ochtendvisite, drie uur papierwerk, een bespreking en één operatie die afgezegd kan worden. Wie „aan zee wil wonen“ stelt zich het uitzicht uit het raam voor. Een gewone dag aan zee is vocht, seizoenswerk en een buurman die in juli verbouwt.
Houdt de gewone dag stand, dan is het doel waarschijnlijk van jou. Houdt alleen het feestelijke plaatje stand, dan is er geen doel gekozen maar een ansichtkaart.