De traverse
De prestatiecultuur houdt van rechte lijnen: zie het doel en loop erheen zonder af te buigen. In echt terrein kunnen tussen twee punten een muur liggen, een moeras, andermans grond en een instantie die aanvragen alleen op dinsdag aanneemt.
Daarom verloopt de beweging naar een doel vaak in traverse.
Om interessant werk te krijgen moet je soms eerst een aangrenzende vaardigheid leren. Om een systeem te veranderen kun je beter met een klein stuk beginnen. Om bij iemand te komen is een aanbeveling eenvoudiger dan tien keer op een dichte deur kloppen.
Een omweg is geen bedrog. Hij kan het risico verkleinen, omkeerbaarheid bewaren en informatie opleveren.
Bijzonder waardevol zijn tussenstappen die op zichzelf al nut hebben. Wordt het grote doel niet gehaald, dan blijven er een vaardigheid, contacten, ervaring of een klein werkend resultaat over.
Een goede route hoeft er niet uit te zien als een pijl. Het gaat erom dat elke bocht verklaard wordt door het terrein en niet door de angst om eindelijk dichtbij te komen.
Een voorbeeld uit een volkomen recht beroep. Iemand wil werken bij een bedrijf dat niemand aanneemt zonder ervaring in precies die branche. De rechte weg is sollicitaties versturen en afwijzingen krijgen. De traverse is aan de slag gaan bij hun onderaannemer, in een jaar de branche van binnenuit leren kennen, de halve afdeling spreken en binnenkomen als bekende met de vereiste ervaring.
Het verschil zit niet alleen in de kans. Mislukt de rechte weg, dan blijft er een map met afwijzingen over. Bij de traverse een jaar ervaring, werkende contacten en het inzicht of dat bedrijf al die moeite eigenlijk waard was.